Buiten valt sneeuw. Binnen staat een stoel tussen het raam en een oude kachel. Op tafel dampt een beker; over de leuning ligt een wollen deken. In de tuin tekent een appelboom zich af tegen het wit. Een vogel landt even bij het voer onder een klein dakje en verdwijnt daarna tussen de takken.
Dit luisterverhaal neemt je mee naar een huis waar de winter is aangekomen. De kamer wordt warm terwijl het licht buiten langzaam verdwijnt. Het vuur zakt wat lager, sneeuwvlokken blijven kort aan het glas hangen en tussen de wolken worden sterren zichtbaar. De deken kan in gedachten over je heen liggen of gewoon op de stoel blijven. Ik laat de kamer een plek zijn waar je een tijdje kunt verblijven, met alles wat nog door je hoofd gaat.
