Twee landtongen houden een kleine baai uit de wind. Bij de oever staat een huisje. Er brandt een lamp en buiten ligt een roeiboot aan de steiger. De touwen geven haar net genoeg ruimte om met het water mee te bewegen. Vanaf een bank hoor je golfjes tegen de stenen en af en toe het zachte geluid van hout bij de boot.
In dit luisterverhaal blijft de open zee op afstand. De avond speelt zich af rond het terras, de kamer en het raam dat op het water uitkijkt. Aan de overkant gaan lichtjes aan; later verschijnt de maan. Hetzelfde water keert steeds terug, met kleine veranderingen in geluid en licht. Je kunt buiten blijven in gedachten of de warmte van de kamer volgen, zonder ergens te hoeven aankomen.
